| Preek van de week |
|
|
||
| 1 november |
|
|
Lezingen:
Apocalyps 7,4-14
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Het zou me verwonderen als ook u niet ooit in de
Sint-Baafskathedraal van Gent het wereldberoemde meesterwerk van de
gebroeders Van Eyck, De aanbidding van het Lam, bent gaan
bewonderen. Op het grote middenpaneel staan zes groepen van mensen
uitgebeeld die in de hemel het Lam Gods aanbidden: profeten en
aartsvaders, apostelen, pausen, bisschoppen en martelaren. De schilders
hebben zich duidelijk laten inspireren door het visioen dat de ziener
van het Boek der Openbaringen heeft geschouwd. De profeten en
aartsvaders zijn een selectie uit de 144.000 met het zegel van de
levende God getekenden "uit alle stammen van Israël". De apostelen,
pausen, bisschoppen en martelaren vertegenwoordigen de "ontelbare
menigte die niemand tellen kon".
Ook geniale kunstenaars blijven kinderen van hun tijd.
In de tijd van Jan en Hubert Van Eyck waren de heiligen op de officiële
kerkelijke kalender, behalve de apostelen en veel martelaren, allemaal
mensen van de priesterlijke stand. Er zijn er in de loop van de eeuwen
zeer veel bij gekomen. De vorige paus
was de absolute recordhouder
inzake heiligverklaringen. Maar er mag daarover geen misverstand bestaan.
In het kerkelijk Latijn heet heiligverklaring 'canonisatio'.
Daarvan zijn de Franse en Engelse benamingen afgeleid. Het woord
betekent niet meer dan wat het letterlijk zegt. De persoon over wie het
gaat is opgenomen in de 'canon', dat is de lijst van al diegenen van wie
de verering als heilige door het gelovige volk door het kerkelijk gezag
is goedgekeurd. De heiligverklaring van pater Damiaan bijvoorbeeld
betekent niets anders (niets meer) dan zijn toevoeging aan deze lijst,
waardoor de reeds lang bestaande praktijk van zijn verering een
officieel kerkelijk groen licht heeft gekregen.
De heiligen die we vandaag gedenken zijn echter niet
die van de officiële lijst. We gedenken allen zonder naam of gezicht
voor ons die de definitieve voltooiing van hun leven over de dood heen
hebben bereikt. Een ontelbare menigte. Mensen uit alle rassen, volkeren
en talen, en ook alle godsdiensten.
Allerheiligen dankt zijn populariteit aan Allerzielen.
's Morgens zijn er in de kerken vooral lege plaatsen. Maar 's namiddags
stromen de kerkhoven vol. Daar hebben de mensen wier leven voltooid is
wel een naam en een gezicht, op de graven en in het geheugen van hun
nabestaanden die een graf komen bezoeken. Sommigen prevelen een gebedje
of zeggen het samen luidop. Een gebed voor de dierbare overledene.
Waarschijnlijk krijgt niemand het in zijn hoofd tot hem of haar te
bidden, als tot een heilige die ze vereren. Maar zou dat zo gek zijn?
Je moet geen held zijn om heilig te worden.
Natuurlijk zijn er heiligen die heldendaden hebben verricht en zeker
zijn er helden die ook nog heilige mensen waren. Maar door de bank
genomen heeft heiligheid weinig uit te staan met heldendom. Mijn vader
en moeder waren helemaal geen helden. Soms heb ik hun dingen kwalijk
genomen. Maar nu, zo veel jaren na hun dood, denk ik aan hen terug met
een zekere verering. Ik durf ze rekenen bij de mensen die Jezus op een
berg in Galilea zalig heeft geprezen. Ik vind het jammer dat in de nieuwste Nederlandse
bijbelvertalingen de zaligsprekingen afgezwakt zijn tot gelukwensen.
Daarmee dreigt iets essentieels uit onze woordenschat te verdwijnen. Wie
'zalig' in de evangelische zin van het woord niet meer zou kennen, gaat
het besef verliezen van het geluk over de dood heen, in zijn definitieve
en volkomen gestalte.
Allerheiligen is een uitzonderlijk feest. Bijna alle
feesten op de kerkelijke kalender gaan over God, over Christus, zijn
geboorte en zijn doop, zijn verrijzenis, en over de goddelijke Geest.
Allerheiligen is het feest van de mensen, niet alleen van de groten die
op de heiligenkalender staan, het is ook en éérst het feest van alle
kleine lieve mensen die we persoonlijk hebben gekend.
B.J. De Clercq o.p. |
| |