| Preek van de week |
|
|
||
| 22 november - Christus Koning |
|
|
Lezingen:
Openbaring 1,5-8
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Pilatus heeft het aan Jezus gevraagd. Is het waar wat ze over u beweren, bent u de koning van de joden? Jezus ontkende het zonder het uitdrukkelijk te zeggen. Hij zei dat hij wel koning was, maar niet zoals Pilatus het zich voorstelde. Hij had geen onderdanen en geen soldaten en geen grondgebied waarop hij aanspraak maakte. Van zijn koningschap zei hij dat het niet bij deze wereld hoort. Zijn koninklijke functie oefent hij uit door getuigenis af te leggen van de waarheid, dit is werkelijkheid en de werkdadigheid, de betrouwbaarheid van God. Die waarheid begreep Pilatus niet. In het licht van zijn eigen, politieke waarheid moest hij Jezus onschuldig verklaren. Maar uit vrees voor de opgeruide joodse menigte liet hij Jezus toch terechtstellen. Een halve eeuw geleden was het feest van Christus Koning nog het hoogfeest van het kerkelijk triomfalisme. Maar we zijn nu in de 21ste eeuw, en veel katholieken hebben het moeilijk met dit feest. De grote moeilijkheid zit, denk ik, hierin, dat we helemaal moeten loskomen van de betekenis die we gewend zijn aan het woord 'koning' te geven. Koningschap verbinden we met macht, met majesteit, met een bepaald volk of een land. In het oude Oosten, ook in de bijbel, was het niet ongebruikelijk koningen 'zoon van God' te noemen. Daarmee werd bedoeld: vertegenwoordiger van de god van het volk, regerend in naam van die god, die moest instaan voor recht en gerechtigheid en een bijzondere zorg moest hebben voor de armen. 'Zoon van God' wordt Jezus genoemd omdat hij God in menselijke gestalte in de mensenwereld zichtbaar en tastbaar aanwezig heeft gesteld. Omdat hij het komende rijk van God heeft verkondigd en metterdaad door zijn leven en sterven is beginnen te verwezenlijken. Jezus was geen koning. Het koninkrijk dat hij vertegenwoordigde en waarvoor hij de mensen opriep zich te bekeren om erbinnen te kunnen treden, was niet zijn rijk, maar het rijk van God zijn Vader. Hij was niet de koning, maar de dienaar van Gods rijk. Het is niet Jezus die de kerk als koning viert, ze viert Christus koning: de verrezen en verheerlijkte Heer van de geschiedenis, die deelt in de heerschappij van God. Dat wordt in plechtige bewoordingen uitgedrukt in de aanhef van het eucharistisch tafelgebed vandaag. Jezus Christus zal voor God een koninkrijk verwerven, een koninkrijk van waarheid, heiligheid en liefde, recht en gerechtigheid, een koninkrijk van vrede. Het feest van Christus koning is een viering van de waarheid die het laatste woord heeft. Van het vooruitzicht dat eens volledig zal vervuld worden wat we bidden in het onzevader: 'Uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde als in de hemel.' Op de drempel van een nieuw kerkelijk jaar kijken we vooruit. We geven uitdrukking aan de christelijke hoop dat de gerechtigheid van Gods rijk aan het komen is. We laten ons niet overmannen door pessimisme over alles wat verkeerd loopt in de wereld. We vieren de gelovige zekerheid dat het onder mensen aan het groeien is, het rijk van God, op veel plaatsen, onmerkbaar misschien maar onweerstaanbaar, als talrijke mosterdzaadjes, als stukjes gist die deeg doen rijzen. Het is aan het groeien overal waar mensen gerechtigheid doen, op welke bescheiden schaal ook, waar vrede wordt gesticht, hoe broos misschien ook, waar vergiffenis wordt gevraagd en gegeven, waar schuld wordt uitgewist en mensen zich met elkaar verzoenen. Het Christus-koningfeest vieren is kijken naar de toekomst die ons is toegezegd. Maar niet gewoon met de handen gevouwen. Al wie de waarheid is toegedaan, zei Jezus, luistert naar mijn stem en doet de waarheid. Als we daaraan vasthouden, zullen we meegaan met de dynamiek van Gods koninkrijk. We zullen het onze ertoe bijdragen dat Gods wil metterdaad geschiedt. We zullen getuigen van de waarheid, we zullen gerechtigheid doen, medemensen tot hun recht brengen waar het in ons vermogen ligt. We zullen werken aan vrede en verzoening. En we zullen ons niet laten ontmoedigen als het ons niet lukt. De macht van Gods koninkrijk heeft het laatste woord. B.J. De Clercq o.p. |
| |