| Preek van de week |
|
|
||
| 4 oktober - zevenentwintigste zondag |
|
|
Lezingen:
Genesis 2,18-24
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Is
het toegelaten dat een man zijn vrouw verstoot? Neen.
Mogen mensen scheiden en verbreken wat God heeft verbonden? Ja. Maar
niet zomaar, niet zo dat je de ander verstoot en kinderen tekortdoet die
niet hebben te kiezen. Soms is scheiden het minste kwaad en is het de
enige manier om binnenechtelijk geweld te stoppen. Op het CGG waar ik
werk hebben we een therapeutische groep – we noemen hem ‘de rode groep’
– van mannen die veroordeeld werden of spontaan hulp voor zichzelf
zoeken wegens geweld binnen de relatie. Misschien zult u zeggen dat het
om zeer uitzonderlijke situaties gaat, maar dat kan ik met cijfers
tegenspreken. De concrete levenssituatie kan soms zodanig zijn dat
algemene principes of mooie idealen niet meer gelden. Ik wil dus
allereerst klare taal spreken en zeggen wat ik denk alvorens dieper en
met nuances in te gaan op de tekst uit het evangelie.
In de oudste Joodse samenleving was een huwelijk
op de eerste plaats een overeenkomst tussen twee families. Daarbij
was het meisje een deel van de totale, zakelijke overeenkomst.
Latere scheiding of ontrouw was daarom niet ongewoon. Oorspronkelijk
was dat alleen het recht van de man, vrouwen konden niet scheiden.
Ook als een man een andere relatie aanging bleef zijn vrouw zijn
bezit. Vandaar dat in het boek Deuteronomium een wet staat, of beter
nog een raad, dat een man bij scheiding een scheidingsbrief moet
schrijven waardoor de vrouw opnieuw vrij werd en eventueel een
nieuwe relatie kon aangaan. Deze wet was tot stand gekomen omwille
van ‘de hardheid van uw hart’ zegt Jezus terecht.
Zo was de situatie in de tijd van Jezus. De
verschillende rabbijnse scholen hanteerden daarbij heel andere
criteria. Volgens rabbi Shammai mocht een man alleen scheiden als
zijn vrouw overspel had gepleegd (zoals ook in het evangelie van
Matteüs staat). Volgens rabbi Hillel waren veel redenen voldoende:
als de vrouw teveel grommelde of slecht kookte mocht een man
scheiden. Volgens rabbi Aqiba was het voldoende dat een man een
andere vrouw mooier vond. Dat alles klinkt natuurlijk helemaal niet
fraai en heel vernederend, maar het is in deze context dat men de
houding van Jezus moet plaatsen.
De arizeeën willen daarom weten welk standpunt
Jezus inneemt en vragen of een man zijn vrouw mag verstoten. Er
staat letterlijk: zich van haar ontdoen (apoligein). Waarop
Jezus terecht zegt: neen. Niemand mag in gelijk welke situatie als
een nietswaardige vod gedumpt worden. Maar wetend dat in verband met
scheiding zoveel verschillende standpunten bestonden, gaat Jezus een
stap verder en verwoordt hij zijn visie op het huwelijk. De vraag is
dan niet wat wel en niet is toegelaten, of men wel of niet seks
heeft gehad, zoals Clinton de discussie voerde. En de vraag is niet
of het om betaalde of vrij gekozen seks ging zoals Berlusconi wil
laten doorschemeren. Daarmee gaat men voorbij aan de grond van de
zaak. Jezus verwijst naar het ideaal zoals verwoord in het boek
Genesis. Oorspronkelijk schiep God de mensen als mannelijk en
vrouwelijk en door één te worden geven ze elkaar waardigheid en
schakelen ze zich in in de keten van de schepping. Man en vrouw zijn
als yin en yang waarbij elk een onbewuste kern van het tegendeel
heeft en vandaar op zoek gaat naar volledigheid. Zo had God het
gewild, zegt Jezus, en mensen mogen aan dat ideaal niet morrelen en
vanuit een misplaatste patriarchale houding de ander verstoten.
De uitspraak 'wat God heeft verbonden, mag een
mens niet scheiden' moet men volgens mij allereerst begrijpen als
reactie tegen de misbruiken van zijn tijd. Bedoelde hij daarmee dat
een huwelijk in alle omstandigheden onverbreekbaar is? Dat weet ik
niet, maar mocht hij het zo bedoeld hebben, dan ben ik het niet met
hem eens. Ik wil er trouwens op wijzen dat reeds in het Nieuwe
Testament daarover meerdere opvattingen bestaan. In het evangelie
van Matteüs maakt Jezus een uitzondering: als de ander overspel
heeft gepleegd mag men scheiden. En Paulus beschrijft in 1
Korintiërs (7,12-15) dat, als men christen is en de ander ongelovig
en deze situatie voor veel spanningen zorgt, men mag scheiden. Reeds
in de eerste christenheid worstelde men dus met dit probleem.
Heel deze passage over het huwelijk moet men
lezen vanuit het perspectief van de nieuwe schepping. Jezus wilde
dat mensen weer gingen leven zoals oorspronkelijk door God bedoeld:
een relatie waarin men als gelijken en geliefden voor elkaar God
aanwezig stelt. Laten we in die geest bidden voor elkaar.
Marcel Braekers o.p.
|
| |