| Preek van de week |
|
|
||
| 23 augustus - eenentwintigste zondag |
|
|
Lezingen:
Jozua 24,1-2.15-18
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Godsdienst is kiezen. Het leven
is voortdurend kiezen, elke dag. Wat je gaat eten en drinken, welke kleren
je gaat aantrekken, in welke winkel of warenhuis je gaat voor je inkopen,
wat je gaat doen tijdens het weekeinde, waarheen je met vakantie gaat. Met
dat kiezen kunnen mensen zich een leven lang bezighouden. Beslissend voor de rest van je leven, als het een
beetje meevalt, is je beroepskeuze. Het kan ook tegenvallen, zeker in de
huidige omstandigheden met afnemende werkzekerheid. Misschien lukt het in
je keuze te volharden, maar het zal de nodige inspanningen kosten. Veel
ingrijpender is de keuze van je levenspartner. In principe is ze
definitief: je hebt het beloofd toen je met haar of hem trouwde. Als
echtpaar weet je nu voorgoed waarvoor en voor wie je leeft, je weet wie je
wil dienen. Er blijft de bekoring van de vele bloemen langs je weg die je
kunt plukken als je partner je gaat tegenvallen. Maar je geeft er niet aan
toe, uit trouw aan jezelf en aan haar of hem. De definitieve keuze voor
elkaar moet je dag na dag bevestigen en hernieuwen, in alle
omstandigheden. In de Schriftlezingen van deze zondag gaat het om de
diepst ingrijpende keuze die een mens moet maken. Welke God wil ik dienen?
Op een cruciaal moment in de geschiedenis van het
Joodse volk heeft Jozua, de opvolger van Mozes, het nadrukkelijk gevraagd
aan de bijeengeroepen leiders. Ik wil het van u horen, zei hij. Bent u
bereid mij en mijn familie te volgen? Dan moet u alle vreemde en valse
goden de rug toe keren, aan geen enkele van hen enig offer brengen. Het
moet duidelijk zijn: kiest u voor de ene ware God, die van mij en mijn
familie, zult u alleen hem dienen? Aan u de beslissing. En het volk
antwoordde eensgezind. Ook wij willen de Heer dienen, de ene ware God.
Ook Jezus' leerlingen van het eerste uur kwamen op een
bepaald moment voor een beslissende keuze te staan. Ze zagen hoe veel
mensen die hem gevolgd waren hem verlieten omdat ze de krasse taal die hij
sprak niet meer konden verteren. Zouden zij hun voorbeeld volgen, of
wilden ze het erop wagen met hem verder te trekken, in voor- en
tegenspoed? Petrus antwoordde in naam van de twaalf op Jezus' vraag. Geen
sprake van dat ook wij het laten afweten! We geloven dat u de Heilige van
God bent, u spreekt woorden die eeuwig leven geven.
Wij hebben niet zelf voor de God van het christelijk
geloof gekozen. Er is in onze plaats gekozen door de familie waarin we
geboren zijn en we worden geacht onze familie te volgen. Toen we een jaar
of twaalf waren hebben we die keuze persoonlijk geconfirmeerd, en de
meesten van ons later nog eens toen we kerkelijk trouwden, en verder, toen
we het vanzelfsprekend vonden onze kinderen christelijk op te voeden.
Maar zo simpel zit een christelijk leven niet in
mekaar. Er komen momenten in je leven waarop je door omstandigheden
gedwongen wordt in de spiegel te kijken. Wie ben ik nu eigenlijk? Wie wil
ik zijn? In haar volle diepte is dit de vraag: wie of wat is de god die ik
aan het dienen ben? Achter welke goden loop ik aan om een lijn te trekken
in mijn leven? Ben ik niet aan een levensrevisie toe? De kans is niet
klein dat je eerlijk zult moeten bekennen: ik ben te zeer achter afgoden
aangelopen. Achter de geldgod bijvoorbeeld. Achter leiders die me de hemel
op aarde beloofden. Ik heb langs mijn weg verlokkelijke bloemen geplukt en
ze in een vaas op de ereplaats in mijn huis gezet. En dan komt het
beslissend moment. Het is kiezen of delen. Je kunt geen twee heren dienen.
Blijf je kiezen voor de God van je christelijk geloof, dan moet je alle
consequenties van je keuze voor je rekening nemen. Alle afgoden de rug toe
keren.
Denk aan het geval van Petrus. Toen het er echt op
aankwam heeft hij in een moment van zwakheid drie keren na elkaar beweerd
dat hij Jezus zelfs niet kende. Gelukkig hoorde hij het signaal van een
kraaiende haan en hij kreeg er onmiddellijk spijt van.
Ik denk ook aan een heel ander geval: dat van Lesley
Deckers, dagenlang in de media geportretteerd als 'gangsterliefje'.
Geboren en opgegroeid in een christelijk gezin, actief in een katholieke
jeugdbeweging, maar op een bepaald moment nam ze de ingrijpende beslissing
God te dienen als moslimgelovige. Als het op liefde aankwam, berichtten de
media, wilde ze heel ver gaan. Heeft de liefde voor de jongen die ze had
gekozen haar blind gemaakt en kwetsbaar voor misdadige misleiding? Misschien
komen we het nooit nauwkeurig te weten. Maar zeker lijkt me wel dat ze de
consequenties van haar keuze op een bepaalde - jammerlijke - manier
volledig op
zich heeft genomen.
Met godsdienst is het zoals met alle levensbelangrijke
keuzen. Godsdienst is kiezen, dag na dag, elke dat opnieuw. In
verschillende omstandigheden is het erg duidelijk dat je weer eens voor
God moet kiezen. Zolang we God niet spontaan danken, elke dag, omdat we
leven, zolang God niet een levenslange partner is die we dagelijks in ons
leven betrekken, zolang spelen we christendom.
En zo komen we tot het diepste kiezen. Zo kan het aan
gebeuren dat we zelf niet meer kiezen, maar ervaren dat God ons heeft
gekozen. Dat we een instrument zijn, ieder op zijn manier, in zijn
goddelijke hand.
B.J. De Clercq o.p.
Inspiratie is gevonden bij Dries Morel, Gods droom in onze handen. Tabor, Brugge 1984, p. 78-80. |
| |