| Preek van de week |
|
|
||
| 15 augustus - Maria Hemelvaart |
|
|
Lezingen
Apocalyps 12,1-10
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Gods werkzaamheid door vrouwen
Het is
wel vaker gebeurd dat de Mariadevotie vreemde vormen heeft aangenomen in
de christelijke traditie. Meer dan eens is zij voorwerp geworden van een
vroomheid die haar bekleed heeft met alle mogelijke en onmogelijke
deugden die een mens zich maar kan indenken. Een buitenmenselijk wezen,
die vooral door haar verschijningen indruk maakte en nog meer door de
zogeheten geheimen die ze tijdens die verschijningen bekend maakte. Over
de val van het communisme, het einde van de wereld, en meer van die
bizarre zaken. Recent is zij opnieuw in de belangstelling gekomen naar
aanleiding van de Da Vinci Code van Dan Brown en de film die erover werd
gedraaid. Daarin voeren speculatie en fantasie de hoge toon. Vooral de
relatie tussen Jezus en Maria Magdalena en een kind dat uit die relatie
zou geboren zijn, spreekt tot de verbeelding. Maar ook Maria bleef niet
gespaard van deze niets ontziende sensatiezucht. Haar verkrachting door
een Romeinse soldaat zou volgens deze speculaties de meer voor de hand
liggende verklaring zijn voor haar voorechtelijke zwangerschap. Over Maria weten we alleen dat ze de moeder van
Jezus is geweest. Dat is, historisch gesproken, alles. Wat verder over
haar verteld is geworden, is vrucht van vroomheid. Mensen hebben beelden
en verhalen bedacht, waarin Maria een voorbeeldfunctie werd toebedacht.
Zij stond namelijk dichter bij ons dan haar zoon. Jezus had sinds de
eerste concilies van de kerk in de vierde eeuw een quasi goddelijk
statuut gekregen. Maria daarentegen kon ons beter inspireren in het
leven van alledag. Eén van de verhalen die in dit verband tot de
verbeelding spreken is het bezoek van Maria aan haar nicht Elisabet. Een
doodgewoon menselijk gebeuren. Twee zwangere vrouwen die elkaar opzoeken
omdat ze heel wat te vertellen hebben. Van Maria is in haar thuisbasis Nazareth nooit een
postkaart aangekomen. Hoe Jozef daarover zal gedacht hebben, is niet
bekend. Daar gaat het de auteur van het evangelie ook niet om. Lucas
heeft geen informatie over de familiale situatie van Jezus’ moeder. Zijn
bedoeling is veeleer inzicht te geven in de manier waarop Gods handelen
gestalte krijgt in de geschiedenis. Zoals zo vaak in de Joodse
geschiedenis zijn het vrouwen die de voortgang van Gods heil bewerken.
Opvallend hoe dit op een zeer lichamelijke manier gebeurt. Twee vrouwen
die heil in hun lichaam, in hun schoot, dragen. Toekomst dragen zij.
Daarin belichamen zij een andere kracht dan zij die menen het
wereldgebeuren te beheersen. Het is niet toevallig dat Lucas in zijn evangelie
alludeert op die andere Myriam, de zus van Mozes. Ook zij zingt een
loflied: na de doortocht door de Rode Zee. Zo lezen we in het boek
Exodus: "Zing voor de Heer, want Hij is de hoogste; paard en ruiter
wierp hij in zee." Myriam zingt dit lied over een God die de
werkelijkheid verandert. Haar God is geen machteloze God. Hij is een
doende God: er hééft bevrijding plaatsgevonden. Hij hééft omgezien naar
zijn volk, hij hééft de kracht van zijn arm getoond, hij hééft de
trotsen van harte uiteengeslagen. Let wel, het zijn geen opzienbarende
feiten waar naar verwezen wordt. Ofschoon het wel zo klinkt in het lied
van Myriam. In wezen zijn het de ervaringen van kleine mensen die hun
geloof in het leven, in eigen kunnen, niet verliezen. Dit zijn
doodgewone stervelingen die blijven geloven in de waarde van elke kleine
daad van trouw en toewijding. Omdat zij zich daarvoor open stellen
ervaren zij die wondere kracht die hen naar elkaar toekeert, om
mensen-voor-elkaar te zijn en te blijven. Wat die grote wereld ook
uitspookt. Zoals Myriam uit ervaring zingt, zo ook Maria. Beide
vrouwen leren ons met andere ogen kijken naar de werkzaamheid van God.
God werkt niet doorheen hen die macht en aanzien hebben, niet doorheen
de rijken en de verstandigen. Niet doorheen de handelingen van de
priesters met hun sacramentele bevoegdheid. God laat zich kennen
doorheen de geschiedenis die van onderuit gestalte krijgt. Zo zal het
ook klinken in de verkondiging van Jezus: "zalig de armen, zalig die
hongeren naar gerechtigheid, zalig die vervolgd worden." Heel de geschiedenis door zijn het de vrouwen, de
kleinen en de armen die deze gevoeligheid levend houden. Vandaag
beluisteren we dat in de ontmoeting van twee vrouwen die leven in hun
schoot dragen. De woorden die hen door Lucas in de mond worden gelegd
zijn een zoveelste variatie op refreinen uit de Joodse traditie.
Refreinen die als een rode draad Gods werkzaamheid doorheen de
geschiedenis bezingen. Wij mensen geven elkaar leven door. Zoals Elisabet en
Maria. Zoals de zovele ongekende kleinen en armen overal ter wereld.
Maar ook in eigen midden. In de zorg die we dragen voor elkaar. Dan
hebben we deze kerk en deze geloofsgemeenschap terecht toegewijd aan O.-L.-Vrouw. Ignace D'hert o.p. |
| |